Het Handvest

Handvest van de Grondrechten van de EU

 

 

Het Handvest voor de grondrechten van de EU is zeg maar de grondwet van de Europese Unie. De tekst kun je hier vinden op de EU site of is hier als pdf te downloaden.

 

In het handvest van de EU staat een aantal rechten dat gerelateerd is aan het recht op privacy en het recht op gegevensbescherming. Het belangrijkste is dat die twee rechten expliciet van elkaar zijn gescheiden, namelijk in artikel 7 het recht op privacy en in artikel 8 het recht op gegevensbescherming. Hieronder staan de eerste 19 bepalingen van het Hadvest.

 

 

Artikel 1 Menselijke waardigheid

 

De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd.

 

Artikel 2 Recht op leven

 

1. Eenieder heeft recht op leven.

2. Niemand wordt tot de doodstraf veroordeeld of terechtgesteld.

 

Artikel 3 Recht op menselijke integriteit

 

1. Eenieder heeft recht op lichamelijke en geestelijke integriteit.

2. In het kader van de geneeskunde en de biologie moeten met name worden nageleefd:

— de vrije en geïnformeerde toestemming van de betrokkene, volgens de bij de wet bepaalde regels, het verbod van eugenetische praktijken, met name die welke selectie van personen tot doel hebben, het verbod om het menselijk lichaam en bestanddelen daarvan als zodanig als bron van financieel voordeel aan te wenden, het verbod van het reproductief klonen van mensen.

 

Artikel 4 Verbod van folteringen en van onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen

 

Niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.

 

Artikel 5 Verbod van slavernij en dwangarbeid

 

1. Niemand mag in slavernij of dienstbaarheid worden gehouden.

2. Niemand mag gedwongen worden dwangarbeid of verplichte arbeid te verrichten.

3. Mensenhandel is verboden.

 

Artikel 6 Recht op vrijheid en veiligheid

 

Eenieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn persoon.

 

Artikel 7 Eerbiediging van het privé-leven en het familie- en gezinsleven

 

Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn communicatie.

 

Artikel 8 Bescherming van persoonsgegevens

 

1. Eenieder heeft recht op bescherming van de hem betreffende persoonsgegevens.

2. Deze gegevens moeten eerlijk worden verwerkt, voor bepaalde doeleinden en met toestemming van de betrokkene of op basis van een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet. Eenieder heeft recht op toegang tot de over hem verzamelde gegevens en op rectificatie daarvan.

3. Een onafhankelijke autoriteit ziet toe op de naleving van deze regels.

 

Artikel 9 Recht te huwen en recht een gezin te stichten

 

Het recht te huwen en het recht een gezin te stichten worden gewaarborgd volgens de nationale wetten die de uitoefening van deze rechten beheersen.

 

Artikel 10 Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst

 

1. Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit recht omvat tevens de

vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met

anderen, zowel in het openbaar als privé, zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te

brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van

geboden en voorschriften.

2. Het recht op dienstweigering op grond van gewetensbezwaren wordt erkend volgens de nationale

wetten die de uitoefening van dit recht beheersen.

 

Artikel 11 Vrijheid van meningsuiting en van informatie

 

1. Eenieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te

koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging

van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen.

2. De vrijheid en de pluriformiteit van de media worden geºerbiedigd.

 

Artikel 12 Vrijheid van vergadering en vereniging

 

1. Eenieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vergadering en op vrijheid van vereniging op alle

niveaus, met name op politiek, vakverenigings- en maatschappelijk gebied, hetgeen het recht van eenieder

omvat om met anderen vakverenigingen op te richten en zich erbij aan te sluiten voor de

bescherming van zijn belangen.

2. Politieke partijen op het niveau van de Unie dragen bij tot de uiting van de politieke wil van de

burgers van de Unie.

 

Artikel 13 Vrijheid van kunsten en wetenschappen

 

De kunsten en het wetenschappelijk onderzoek zijn vrij. De academische vrijheid wordt geºerbiedigd.

 

Artikel 14 Recht op onderwijs

 

1. Eenieder heeft recht op onderwijs, alsmede op toegang tot beroepsopleiding en bijscholing.

2. Dit recht houdt de mogelijkheid in om het verplichte onderwijs kosteloos te volgen.

3. De vrijheid om instellingen voor onderwijs op te richten met inachtneming van de democratische

beginselen en het recht van de ouders om zich voor hun kinderen te verzekeren van het onderwijs en de

opvoeding die overeenstemmen met hun godsdienstige, levensbeschouwelijke en opvoedkundige overtuigingen,

worden geºerbiedigd volgens de nationale wetten die de uitoefening ervan beheersen.

 

Artikel 15 Vrijheid van beroep en recht om te werken

 

1. Eenieder heeft het recht te werken en een vrijelijk gekozen of aanvaard beroep uit te oefenen.

2. Iedere burger van de Unie is vrij om werk te zoeken, te werken, zich te vestigen of diensten te

verrichten in iedere lidstaat.

3. Onderdanen van derde landen die op het grondgebied van de lidstaten mogen werken, hebben

recht op arbeidsvoorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die welke de burgers van de Unie genieten.

 

Artikel 16 Vrijheid van ondernemerschap

 

De vrijheid van ondernemerschap wordt erkend overeenkomstig het Gemeenschapsrecht en de nationale

wetgevingen en praktijken.

 

Artikel 17 Recht op eigendom

 

1. Eenieder heeft het recht de goederen die hij rechtmatig heeft verkregen in eigendom te bezitten, te

gebruiken, erover te beschikken en te vermaken. Aan niemand mag zijn eigendom worden ontnomen,

behalve in het algemeen belang in de gevallen en onder de voorwaarden waarin de wet voorziet en mits

zijn verlies tijdig op billijke wijze wordt vergoed. Het gebruik van de goederen kan worden geregeld bij

de wet voorzover het algemeen belang dit vereist.

2. Intellectuele eigendom is beschermd.

 

Artikel 18 Asielrecht

 

Het recht op asiel is gegarandeerd met inachtneming van de voorschriften van het Verdrag van GenŁve

van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen, en

overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

 

Artikel 19 Bescherming bij verwijdering, uitzetting en uitlevering

 

1. Collectieve uitzetting is verboden.

2. Niemand mag worden verwijderd of uitgezet naar dan wel uitgeleverd aan een staat waarin een

ernstig risico bestaat dat hij aan de doodstraf, aan folteringen of aan andere onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen wordt onderworpen.