Artikel 92

Uitleg bij artikel 92 AVG

 

 

Artikel 92 en 93 AVG staan in een apart hoofdstuk, getiteld 'Gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen'. Alhoewel de Commissie zelf geen wetgevende macht heeft binnen de EU (de wetgevende macht wordt gevormd door de Raad en het Parlement), heeft ze wel de bevoegdheid om besluiten te nemen op basis van wetten zoals de AVG. Het bekendste voorbeeld daarvan is de mogelijkheid om adequaatheidsbesluiten te nemen (artikel 45); daarnaast zijn er nog twee bepalingen waarin expliciet is vervat dat de Commissie nadere regels mag stellen. Ten eerste ten aanzien van informatie die kan worden verstrekt door verantwoordelijken door middel van iconen (artikel 12 lid 8) en ten tweede ten aanzien van de eisen van certificeringsmechanismen (artikel 43 lid 8). Ten aanzien van deze laatste bevoegdheid geldt (artikel 43 lid 9) dat de procedure als beschreven in artikel 93 moet worden gevolgd. De bevoegdheid om handelingen vast te stellen ten aanzien van artikel 12 lid 8 en artikel 43 lid 8 is gebaseerd op artikel 290 van het Verdrag voor de Werking van de EU (overweging 166).

 

Lid 1 stelt dat de Commissie bij de uitoefening van deze bevoegdheid zich moet houden aan de voorwaarden die in artikel 92 zijn gesteld. Daarbij gaat het met name om het feit dat het Parlement en de Raad uiteindelijke zeggingskracht houden. Bij het namen van een dergelijk besluit dient de Commissie deskundigen te raadplegen en andere relevante informatie tot zich te nemen (overweging 166).

 

Lid 2 stelt dat de bevoegdheid van de Commissie ingaat per 24 mei 2016, het moment dat de AVG van kracht ging. Ze had dus 2 jaar de tijd om handelingen vast te stellen, alvorens de AVG in werking trad (artikel 99 AVG). Van die mogelijkheid heeft ze echter nog geen gebruik gemaakt. Ook stelt lid 2 dat deze bevoegdheid voor onbepaalde tijd geldt, namelijk totdat de Raad of het Parlement deze bevoegdheid intrekt (lid 3).

 

Lid 3 geeft aan dat ofwel het Parlement ofwel de Raad (één van beide is dus voldoende) de bevoegdheid van de Commissie uit artikel 12 lid 8 en artikel 43 lid 8 kan intrekken. Vermoedelijk kan er ook worden besloten om slechts één van deze twee bevoegdheden in te trekken. Lid 3 bepaalt dat ook dat als de Commissie als gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid die later wordt ingetrokken door de Raad of het Parlement, de besluiten die daaruit volgen van kracht blijven. Die komen dus niet automatisch te vervallen.

 

Lid 4 stelt dat als de Commissie gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid uit artikel 12 lid 8 of artikel 43 lid 8, zij het besluit direct dient te melden aan het Parlement en de Raad.

 

Lid 5 geeft aan dat een besluit van de Commissie op basis van artikel 12 lid 8 or artikel 43 lid 8 alleen in werking treedt als noch het Parlement noch de Raad daar bezwaar tegen heeft. Dat kan op twee manieren. Ten eerste een stilzwijgende instemming - als noch de Raad noch het Parlement binnen drie maanden van het moment dat het besluit is genomen (lid 4) bezwaar heeft gemaakt. Ten tweede de expliciete instemming - als het Parlement én de Raad binnen de drie maanden aangeven dat zij akkoord zijn. Zowel het Parlement en de Raad hebben de mogelijkheid om de termijn van 3 maanden met nog eens 3 maanden op te rekken, bijvoorbeeld als zij meer tijd nodig hebben om te beoordelen of zij akkoord gaan met het besluit van de Commissie.

Artikel 92 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

 

2.De in artikel 12, lid 8, en artikel 43, lid 8, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 24 mei 2016.

 

3.Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 12, lid 8, en artikel 43, lid 8, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

 

5.Een overeenkomstig artikel 12, lid 8, en artikel 43, lid 8, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met drie maanden verlengd.

Overwegingen

 

 

(166) Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, namelijk de bescherming van de grondrechten en de fundamentele vrijheden van natuurlijke personen, in het bijzonder hun recht op de bescherming van persoonsgegevens, en het waarborgen van het vrije verkeer van persoonsgegevens in de Unie, dient aan de Commissie de bevoegdheid te worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen. Met name dienen gedelegeerde handelingen te worden vastgesteld over de criteria en vereisten voor certificeringsmechanismen, de informatie die door gestandaardiseerde icoontjes moet worden weergegeven en over de procedures voor het verstrekken van die icoontjes. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden toereikende raadplegingen verricht, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.