Artikel 91

Uitleg bij artikel 91 AVG

 

 

Artikel 91 staat in hoofdstuk IX getiteld 'Bepalingen in verband met specifieke situaties op het gebied van gegevensverwerking'. Dit artikel gaat om de verwerking van persoonsgegevens door religieuze organisaties. Een belangrijk verschil met de andere bepalingen uit dit hoofdstuk is dat artikel 91 niet zozeer de mogelijkheid aan lidstaten biedt om nieuwe uitzonderingen te maken voor kerken die (bijzondere) persoonsgegevens verwerken, maar slechts de mogelijkheid biedt om de reeds voor het in werking treden van de AVG bestaande regels van toepassing te laten. Naar verluidt is met name door de Duitse delegatie hard voor deze clausule gevochten, maar ook in landen waar de kerk (bijvoorbeeld een staatskerk) een belangrijke rol in de samenleving in neemt zijn er vaak aparte regels voor het verwerken van persoonsgegevens door religieuze organisaties. In Nederland wordt aan de beperkingsmogelijkheden uit artikel 85 tot en met 91 invulling gegeven door de Uitvoeringswet AVG.

 

Kerken verwerken gewone persoonsgegevens en natuurlijk ook bijzondere persoonsgegevens, namelijk gegevens waaruit iemands religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken. Bijzondere persoonsgegevens mogen in principe niet worden verwerkt, tenzij een van de uitzonderingen uit artikel 9 AVG van toepassing is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als sub (d) uit lid 2 van dat artikel opgaat, waarin is vervat: 'de verwerking wordt verricht door een stichting, een vereniging of een andere instantie zonder winstoogmerk die op politiek, levensbeschouwelijk, godsdienstig of vakbondsgebied werkzaam is, in het kader van haar gerechtvaardigde activiteiten en met passende waarborgen, mits de verwerking uitsluitend betrekking heeft op de leden of de voormalige leden van de instantie of op personen die in verband met haar doeleinden regelmatig contact met haar onderhouden, en de persoonsgegevens niet zonder de toestemming van de betrokkenen buiten die instantie worden verstrekt'.

 

Kerken en religieuze instituties hebben een speciale positie in de Europese Unie. In artikel 16 van het Verdrag van de Werking van de Europese Unie staat de bevoegdheid van de EU om regels te stellen aangaande het gegevensbeschermingsrecht. In het daarop volgende artikel, waaraan ook in overweging 165 AVG wordt gerefereerd, is de speciale positie van religieuze organisaties vervat.

 

'Artikel 17

1. De Unie eerbiedigt de status die kerken en religieuze verenigingen en gemeenschappen volgens het nationaal recht in de lidstaten hebben, en doet daaraan geen afbreuk.

2. De Unie eerbiedigt tevens de status die de levensbeschouwelijke en niet-confessionele organisaties volgens het nationaal recht hebben.

3. De Unie voert een open, transparante en regelmatige dialoog met die kerken en organisaties, onder erkenning van hun identiteit en hun specifieke bijdrage.'

 

Lid in van artikel 91 AVG bepaalt dat als er in lidstaten bijzondere nationale regimes golden voor het verwerken van persoonsgegevens door religieuze organisaties voor de inwerking treding van de AVG (artikel 99 AVG), deze in stand kunnen blijven. Wel moeten zij in overeenstemming worden gebracht met de AVG.

 

Lid 2 geeft aan dat als er een bijzonder regime geldt voor het verwerken van (bijzondere) persoonsgegevens door religieuze organisaties, er onafhankelijk toezicht dient te zijn. Dit kan zijn de algemene toezichthoudende autoriteit aangaande het gegevensbeschermingsrecht, maar het kan ook een bijzondere, sector-specifieke toezichthouder zijn. Artikel 51 geeft de mogelijkheid aan lidstaten om meerdere toezichthouders op het gebied van het gegevensbeschermingsrecht te installeren. Wel is vereist dat ook een eventuele bijzondere toezichthouder zich houdt aan alle voorwaarden en regels die gelden voor de algemene toezichthouder op het gebied van het gegevensbeschermingsrecht, zoals vervat in hoofdstuk VI AVG. Daarin staan regels over onder meer onafhankelijkheid, taken en bevoegdheden.

Artikel 91 Bestaande gegevensbeschermingsregels van kerken en religieuze verenigingen

 

1.Wanneer kerken en religieuze verenigingen of gemeenschappen in een lidstaat op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening uitgebreide regels betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking toepassen, kunnen die regels van toepassing blijven, mits zij in overeenstemming worden gebracht met deze verordening.

 

2.Kerken en religieuze verenigingen die overeenkomstig lid 1 van dit artikel uitgebreide regels hanteren, zijn onderworpen aan toezicht door een onafhankelijke toezichthoudende autoriteit, die specifiek kan zijn, op voorwaarde dat de autoriteit voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in hoofdstuk VI van deze verordening.

Overwegingen

 

 

(165) Overeenkomstig artikel 17 VWEU eerbiedigt deze verordening de status die kerken en religieuze verenigingen en gemeenschappen volgens het vigerende constitutioneel recht in de lidstaten hebben, en doet zij daaraan geen afbreuk.